Net-niet-taal Ik kan mijn kinderen wel groot kijken. Want ik weet het zeker, als mijn jongste straks hele nachten doorslaapt, zal mijn leven op slag veranderen in een eindeloze vakantie. En hoe zalig zal het zijn als ik op een dag - vier kinderen en vijf jaren verder - niet meer tweemaal per week op een vochtig warme tribune die noodzakelijke maar slaapverwekkende zwemlessen hoef uit te zitten. Of als mijn kinderen uiteindelijk het concept ‘opruimen' hebben leren doorgronden. De wens om op te voeden tot zelfstandigheid wordt voor een groot deel ingegeven door eigenbelang.
Het moet dan ook een foutje van de natuur zijn dat ons kleine grut zo'n hoog schattigheidsgehalte heeft. Die grote ogen in een rond koppie, de kromme beentjes die wonder boven wonder al van de salontafel naar de kast kunnen stappen, twee dansende staartjes die over het schoolplein huppelen. En vooral: dat taaltje! Als ik een kind hoor praten, voel ik onmiddelijk de drang om alle klokken ter wereld stil te zetten. Ridder Toekomstdroom verslagen door ridder Kindertaal.
In mijn vak - ik ben logopedist - is het gebruikelijk om taal in te delen in vorm, inhoud en gebruik. Kinderen in ontwikkeling moeten alledrie onder de knie zien te krijgen. Al oefenend maken ze fouten. Gelukkig. Neem vormfouten. Mijn dochter van zes spreekt consequent over bomboms, terwijl ze - zo mag ik hopen - geen aankomend terrorist is, maar gewoon van chocolade houdt; omdat het morgen Vadertijn is gaat de kaart die haar papa wel krijgt, geheel terecht aan mijn neus voorbij; een jongeman van zeventien met een verstandelijke beperking gaf eens aan een leidster, op wie hij een oogje had, een kartonnen doos met daarin een bos wortelen. Ik moest van hem in mijn mooiste handschrift op de doos noteren: ‘Ik geef je een bos wortelen, want rozen zijn zo omgezaagd.' Geweldig toch, die taalvorm-missers?
Ook foutjes in het gebruiksaspect van taal kunnen leiden tot mooie uitspraken. Maar favoriet zijn bij mij de imperfecties in de taalinhoud, omdat juist de woordkeus zo duidelijk de kinderlijke manier van denken weerspiegelt. Laatst nam ik bij een meisje een taaltest af. Ik liet haar een afbeelding zien van een jongen op een duikplank, met een rij wachtenden achter zich. De opdracht luidde, mijn zin aan te vullen. Dat deed ze vlot: 'Hij moet wel springen. Hij heeft geen andere...' ... ‘ Zwembroek.' En wat vind u van deze: ‘De zon komt op, er begint een nieuwe ...' ... ‘Haan.'
Zo simpel kan het leven zijn. Laten mijn kinderen toch nog maar even wachten met opgroeien. Lang leve de net-niet-taal!
Niets van deze tekst mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen, of enig andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de eigenaar van tekstissimo.