Opdracht: schrijf samen een dialoog. Voorkom verwarring bij de lezer over welke persoon aan het woord is. Zorg ervoor dat wat de personages zeggen typerend voor hen is.
N.B. deze dialoog is geschreven door Lidia en Nynke. De tekst is grappig bedoeld en is absoluut niet bedoeld om iemand te kwetsen!
A = persoon die protesteert tegen klimaatverandering
B = de paus
- Morgen, paus, stop klimaatverandering!
- Goedemorgen lieve kind, God zegene je. Wat voor goddelijke boodschap brengt u mij?
- Ik heb een klacht tegen jou. Je gaat gewoon te ver met geloven. Doe ’s iets aan klimaatverandering!
- Excuseer mij? Zo spreekt men niet tegen mij, de paus.
- Ach, hou toch op, man! Luister eens naar wat ik zeg!
- Kind, ik heb nu geen tijd voor jou. Ik ben nu druk bezig met het bekeren van protestanten en moslims...
- WAT?!
- Kind, ik heb nu geen tijd voor jou. Ik ben nu druk bezig met...
- Ik heb je wel gehoord, hoor! Ben je nou helemaal betoeterd?
- Mijn lieve stomme kind, als je nu je goddeloze klep niet houdt, gooi ik mijn pauselijke zetel naar je!
- Donder op, Judas, met je klapstoel! Vaarwel.