VOOR EEUWIG
Verveling, drijvend op de wind
en Lidia, dansend en kalm.
Zon schijnt op het zand
en brandt in haar ogen.
Voor eeuwig,
verdrietig,
als een eenzame haai
aan de verkeerde kant van deze baai.
En in haar fantasie
is het nooit stil of donker.
Golven van ideeën,
maar te uitgelaten om ze in de zeeën
te kunnen storten.
Een boei dobbert eenzaam rond.
Verveling, drijvend op de wind,
en Lidia, dansend en kalm
in de strandtent.
Zon schijnt op het zand...
Nynke
Naar huis
Kijkend naar de open zee
kreeg ik kippenvel
Waarom ging ik toen toch mee
De zon scheen erg fel
Mijn zonnebril deed ik op mijn neus
De wind blies door mij heen
Gekwetter van de meeuwen
Vader en mijn zus spelen
terwijl ik nog altijd denk aan huis
Lidia
Metamorfose
het gegil geabsorbeerd
het geblaf verzwolgen
wat felgeel was, nu grijs
wie blij was, nu verwaaid
de stormvloed herschildert de kust
Anita
R.I.P.
Rust in de wind, bij de zee, op het strand.
Met z’n zwemkleren,
dan zwemmen gaan,
en hij is gegaan, verdronken,
gegeven aan de diepte
van de eindeloze zee.
Nynke
Leegte
leegte
zachte regen
zonsondergang
de blauwe lucht werd oranje
mijn hond zat naast me
als mijn beste vriend
en toch was er alleen maar
leegte
Lidia
Drenkeling
de zon werpt een gloed over Ameland
maar
koud is de zee
de reddingsboot te ver
Anita